Madelief

Na een lange winter met veel sneeuw was ze er plotseling, in het gras: Madelief. Misschien was ze wel het mooiste bloempje dat er bestond. Maar de kou was nog niet voorbij en er viel op een nacht een flink pak sneeuw. Arme Madelief, ze had het zo koud en het was ook zo donker, dat ze niet wist of ze het licht ooit weer zou zien. Maar na een tijd begon het te druppen, steeds meer. En opeens was ze weer vrij en zag ze de hemel. Alles leek net als voorheen. Maar Madelief maakte zich toch zorgen. Stel dat er morgen weer sneeuw komt, dacht ze, wat moet ik dan? Want ze had niet het idee dat ze zelf iets had gedaan om de sneeuw weer weg te laten gaan.

Madelief

De kou werd minder en het voorjaar kwam, en daarmee ook regenbuien die alles deden groeien. Eerst vond Madelief het water fijn, maar plotseling kwam er met de wolken een vreselijke donderbui mee. Het bliksemde en grote hagelstenen kwamen op Madelief neer. Au, au! riep ze, Help! Haar laatste uur had zeker geslagen. Maar de wind woei de wolken weg en de zon kwam weer terug. Toch was Madelief bezorgd. Wat als er morgen weer zo’n donderwolk komt, zo dacht ze, wat moet ik dan? Want ze had niet het idee dat ze er zelf iets had gedaan om de wolk te laten verdwijnen.
Het werd warmer, alle bloemen openden hun blaadjes en de bomen wiegden in een ruis van groen. De zon scheen uitbundig en de regen bleef weg. Maar dat deed ze zo lang, dat Madelief erge dorst begon te krijgen. Ze voelde zich allengs slapper en zwakker en ze dacht dat ze vast zou sterven. Maar zie, de hemel werd plotseling donker en grote druppels spatten op de verdroogde grond. Madelief dronk en ze voelde zich als herboren. Maar toen de regen was weggetrokken maakte ze zich toch wat zorgen. Wat als de hemel niet geregend had, dacht ze, wat dan? Want ze had niet het idee dat ze zelf iets had gedaan om de droogte te laten eindigen.
De dagen werden korter en de zonnekracht nam af. Madelief zag de bomen met gele en bruine kleuren en bladeren die een voor een naar beneden zwierden. En op een middag viel er een groot blad bovenop haar. Ze zag geen hand voor ogen meer en het blad drukte zo zwaar. Maar een zuchtje wind blies het blad weg en ze kon zich weer oprichten. Madelief dacht na, een kort moment maar. Ze kon niet verzinnen wat ze moest denken en de wolkenlucht leidde haar af.

Die nacht werd het koud, zo koud dat Madelief helemaal verstijfde. Het deed pijn aan haar voetjes en ze dacht aan de sneeuw die haar, lang geleden, had bedekt. Maar de morgen kwam en de kou verdween. Madelief stond in het gras, tussen de gevallen bladeren en kale bomen. Maar ze was niet bang. Want ze wist nu dat alles wat zou komen, ook weer voorbij zou gaan. En niets kon haar beletten om haar gele hart omhoog te houden naar de hemel en naar de zon, die net tevoorschijn kwam.

 

Sybe Dijkstra    ©   2013 – 2016

Op dit moment staat op deze plaats Madelief. Af en toe worden de verhalen op deze pagina vernieuwd. Veel plezier!
De sprookjesverteller

Waarom houden we van sprookjes?
Waar treed ik op?
De Zwaan