De boom, de bloem

Zo’n zware storm heeft hij nog nooit meegemaakt, midden in de zomer. De oude boom kreunt, maar hij blijft staan. Zwart is de lucht, windvlagen rukken wild aan de takken en harde druppels storten op zijn bladeren. Het is alsof hese boze stemmen naar hem schreeuwen terwijl hij door elkaar schudt in de stormwind. Steeds erger lijkt het te worden. Zonder waarschuwing wordt het een van zijn takken te veel. Er klinkt een knal, luider dan de wind, en daar voelt de boom zijn arm van zich weggescheurd. Ach.. denkt hij. Hoeveel zomers en winters zijn er al geweest, hoeveel stormen? Hij heeft takken verloren, is krom, oud, kleiner dan eerst. Ach, denkt de boom. Ach, wat moet ik nu? Hoe moet het nu verder?

Boom en bloem

Naast de boom staat een boterbloem. De wind duwt hem plat in het gas. Soms veert hij even op, een klein moment maar. Zijn lijfje siddert in de storm. Het lijkt steeds erger te worden. Dit heeft de bloem nog nooit meegemaakt. Als grote vuisten slaan de druppels op zijn blaadjes. Hij heeft ze nog allemaal. Maar voor hoe lang? Ach, denkt de boterbloem. Ach, wat moet ik nu? Hoe moet het nu verder?
Plotseling werpt de zon een straal naar beneden. De tak ligt in het gras. Intens geel de boterbloem, weer opgericht; de donkere lucht die snel verdwijnt.

 

 

Sybe Dijkstra   © 2011-2015